Anesthesiologie ‘zit niet te wachten’ op medisch hulpverlener

Geschreven door:
Webredactie Medisch Contact

22-12-2015

Anesthesiologen en anesthesiemedewerkers zitten in hun maag met de positie van de bachelor medisch hulpverlener anesthesie (bmha). De Nederlandse vereniging voor anesthesiemedewerkers (NVAM) probeert via een brief aan de Raad van State (RvS) te voorkomen dat bmha’ers vanaf 1 juli 2016 een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid krijgen om voorbehouden behandelingen te verrichten, zoals in- en extuberen. De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) ondersteunt de brief van de NVAM, waarin flinke kritiek wordt geuit op dit recente besluit van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD).

align="">Volgens de twee brancheverenigingen is er op de werkvloer, naast de anesthesiemedewerker en physician assistant, geen behoefte aan een derde ondersteunende hulpverlener. Bovendien zou de kwaliteit van de hbo-opleiding bachelor medische hulpverlening (bmh) tekortschieten. ‘Ziekenhuizen zitten niet te wachten op bmha’ers’, zegt Hans Knape, bestuurslid van de NVA en hoogleraar Anesthesiologie in het UMC Utrecht. ‘Bmha-studenten maken tijdens de opleiding veel te weinig vlieguren in de praktijk. Een anesthesiemedewerker die een interne CZO-opleiding (College Zorgopleidingen, red.) heeft afgerond, heeft 1600 praktijkuren meer gedraaid dan een afgestudeerde bmha’er. Het gevolg is dat bmha’ers geen emplooi kunnen vinden in ziekenhuizen om de simpele reden dat zij niet direct aan de slag kunnen als een volwaardig anesthesiemedewerker.’

De RvS buigt zich binnenkort over het plan van minister Schippers. Het gaat om een tijdelijke regeling van vijf jaar voor alle afgestudeerde bachelor medisch hulpverleners. Binnen deze hbo-studie is anesthesie één van de drie afstudeerrichtingen, naast spoedeisende hulp en ambulancezorg. Na afloop van dit experiment wil Schippers kijken voor welke voorbehouden behandelingen aan bmh’ers definitief een zelfstandige bevoegdheid in de Wet BIG kan worden toegekend.

Drie hogescholen (Nijmegen, Utrecht en Rotterdam) startten in 2010 met de studie bmh. Maar het beroep bmh werd nooit opgenomen in het BIG-register. Gevolg: een tekort aan stageplekken en veel afgestudeerden bmh’ers die geen baan kunnen vinden. Door aan bmh’ers een tijdelijke zelfstandige bevoegdheid toe te kennen moet hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren. Volgens Knape gaat dat niet gebeuren. ‘De hogescholen schetsen een onjuist beeld door te zeggen dat je wordt opgeleid tot volwaardig anesthesiemedewerker. Over de inhoud van en de behoefte aan deze opleiding is nooit overleg geweest met de NVAM en de NVA. Deze opleidingen moeten stoppen.’

Marijke Beckers, adjunct-directeur van het Instituut Verpleegkunde Studies aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) noemt de uitspraken van Knape ‘wishful thinking’. ‘De NVAM doet net of patiënten een risico lopen als zij behandeld worden door een bmh’er. Onze studenten zijn goed opgeleid en startbekwaam. Maar het klopt dat zij minder vlieguren maken dan studenten die een CZO-opleiding volgen. Ze moeten nog ingewerkt worden. Deze reactie vanuit de medische wereld zag je ook bij de start van de studie hbo-verpleegkunde, nadat ook dit jarenlang een in-serviceopleiding was. Van deze studenten werd gezegd dat ze nog geen bed konden opmaken. Inmiddels weten ziekenhuizen wel beter.’

Bas Knoop

Twitter: @bknoop

Lees ook:

15-10-2015   Medisch hulpverleners krijgen bevoegdheid


Geschreven door:
Webredactie Medisch Contact